Om deze website goed te bekijken is javascript vereist.
Uw browser is gedateerd. Dit zal ervoor zorgen dat niet alles op deze website goed wordt weergeven of werkt.

Belangrijkste risico's en onzekerheden

Voeg toe aan mijn jaarverslag  Download this chapter

U bent hier

Juridische geschillen

Rioolwaterzuiveringsinstallatie Deurne - instorting tussenmuur

Op onze rioolwaterzuiveringsinstallatie in Deurne stortte in september 2012 de muur tussen het anaerobe bekken en een beluchtingsbekken in. De instorting bracht grote materiële schade met zich mee. Omdat hierdoor ook de werking van de slibdroger werd verstoord en extra chemicaliën moesten worden toegevoegd, leed Aquafin bovendien aanzienlijke operationele schade.

Aquafin nam het initiatief om een gerechtsdeskundige te laten aanstellen. Het was zijn opdracht om het opnieuw in gebruik laten nemen en herstellen van de installatie te combineren met het onderzoek naar mogelijke oorzaken. In 2013 gaf de gerechtsdeskundige de toestemming om de installatie te (laten) herstellen. In de loop van 2014 werd verder onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken. Er werd ook een akkoord bereikt over de hoogte van de gemaakte kosten en de schade werd hersteld zodat de installatie weer naar behoren kon functioneren zonder extra kosten.

Eind september 2015 legde de gerechtsdeskundige zijn voorverslag neer. In dit verslag werd de aansprakelijkheid als volgt verdeeld : 85% aansprakelijkheid in hoofde van de aannemer (80% ingevolge gebrekkige uitvoering en 5% wegens onvoldoende controle) en 15% (controle) in hoofde van het studiebureau. In zijn eindverslag van 15 april 2016 paste de deskundige de aansprakelijkheidsverdeling als volgt aan: 65% aansprakelijkheid (60% ingevolge gebrekkige uitvoering en 5% wegens onvoldoende controle) in hoofde van de aannemer, 20% (15% controle en 5% inzake ontwerp) in hoofde van het studiebureau, 10% (5% onvoldoende ontwerprichtlijnen en 5% door tijdens de exploitatie te werken met een te hoge waterstand) in hoofde van Aquafin en tenslotte 5% (onvoldoende nazicht ontwerp) in hoofde van controleorganisme Seco. Hierdoor loopt Aquafin een risico voor ongeveer 200.000 euro.

Vervolgens is Aquafin in juni 2016 een procedure gestart met de bedoeling de rechtbank de oorspronkelijke aansprakelijkheidsverdeling te laten bevestigen. Aquafin betwist immers elke aansprakelijkheid zowel inzake ontwerp als inzake exploitatie. Het bedrijf heeft in de loop van de expertise meermaals argumenten aangehaald die naar onze mening onvoldoende door de deskundige zijn weerlegd.

Verzekeringsdossiers

Rioolwaterzuiveringsinstallatie Deurne - onvoldoende betonwapening

In 2007 werd ontdekt dat de wanden van bepaalde beluchtingsbekkens van de zuiveringsinstallatie van Deurne onvoldoende gewapend waren, als gevolg van een ontwerpfout. Dit schadegeval is deels gedekt door Aquafins Alle Bouwplaatsrisico-verzekering (ABR) en deels door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van het betrokken studiebureau. Beide verzekeraars kwamen effectief tussen.

Het niet door de ABR-verzekeraar betaalde bedrag werd al in 2011 deels teruggevorderd van het studiebureau dat de ontwerpfout maakte en deels van het op de werf actieve controleorganisme. In 2013 kon een aanzienlijk deel van het resterende bedrag bij het studiebureau en zijn verzekeraar gerecupereerd worden. Het controleorganisme en zijn verzekeraar lieten weten bereid te zijn, zonder erkenning van aansprakelijkheid, een deel van de resterende schade te vergoeden. Aquafin ging tot nog toe niet in op dit aanbod. Voorwaarde voor deze betaling is immers dat Aquafin afziet van elke andere claim tegen het controleorganisme op deze werf. Gelet op het eerder vermelde juridische dossier rond de ingestorte tussenmuur op deze installatie, is Aquafin daar niet toe bereid. Dit laatste deel van de kosten blijft dan ook in provisie.

Opleveringen en nagekomen kosten

Na oplevering van een project aan het Vlaamse Gewest kan Aquafin nog facturen ontvangen van derde partijen die betrekking hebben op deze projecten (de zogenaamde ‘nagekomen kosten’). Deze facturen kunnen alsnog voorgelegd worden aan het Vlaamse Gewest. De kenmerken van deze facturen (de periode na oplevering, de aard van de facturen en de inschatting van het bedrag) worden echter onvoldoende gedetailleerd weergegeven in de beheersovereenkomst. Om die reden houdt de regulator zich aan een strikte administratieve interpretatie van de beheersovereenkomst. Aquafin is in onderhandeling over een protocol dat de praktische afspraken tussen beide partijen vastlegt. De voorbije jaren werd een deel van deze nagekomen kosten geweigerd door de toezichthouder. Aquafin diende in 2016 een aanvraag in bij de Vlaamse Regering ter goedkeuring van een deel van de facturen die werden verworpen in 2012 en 2013. Deze aanvraag werd goedgekeurd, waardoor deze kosten in 2016 alsnog konden doorgerekend worden aan de drinkwatermaatschappijen. Aquafin heeft dezelfde methodiek toegepast op de verworpen facturen over de periode 2014-2016 en heeft zijn provisies hiermee in lijn gebracht.

Aquafin legde op 31 december 2016 uit voorzichtigheid voor vijf projecten een provisie aan ter waarde van 10% van de investeringswaarde. Voor deze projecten komt Aquafin, omwille van administratieve bepalingen, niet tot een consensus met de toezichthouder om tot oplevering over te gaan. Deze projecten werden ingediend bij het Vlaamse Gewest in 2012 en 2016.

Missie Aquafin

Op maat van onze klanten een betrouwbaar afvalwater- en hemelwaterbeheer uitbouwen, met respect voor onze omgeving en het milieu.